Participatieplaats

 

Doel:  Het gaat hierbij om onbeloonde additionele werkzaamheden voor werkzoekenden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Door plaatsing bij een onderneming mogen de concurrentie verhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed. Deze voorziening kan niet worden aangeboden aan werkzoekenden tot 27 jaar.
Duur: De duur van een participatieplaats is (in beginsel) 2 jaar. Andere vormen van werken met behoud van uitkering tellen ook mee voor de maximale duur van 2 jaar. Dit is geregeld in artikel 10a van de Participatiewet. Als een werkzoekende eerst een half jaar werkt met behoud van uitkering, kan hij daarna nog maar 1,5 jaar op een participatieplaats werkzaamheden verrichten. Hierop zijn een aantal uitzonderingen die zijn geregeld in artikel 10a lid 3 van de wet, bijvoorbeeld als er een reëel uitzicht is op werk bij degene bij wie de werkzaamheden worden verricht.
Kosten: Omdat de uitkering wordt doorbetaald zijn er voor de participatieplaats geen extra kosten. Om de voortgang te bewaken en waar mogelijk doorstroom naar andere vormen van participatie mogelijk te maken wordt regelmatig de voortgang geëvalueerd.
Aanvragen: Naam gemeente, contactpersoon en e-mailadres

 

Overige informatie

Waarom participatieplaats inzetten?

De gemeente kan op grond van de Participatiewet participatieplaatsen inzetten voor uitkeringsgerechtigden van 27 jaar en ouder van wie de kans op inschakeling in het arbeidsproces gering is en die daardoor vooralsnog niet bemiddelbaar zijn op de arbeidsmarkt, maar wel het perspectief hebben dat zij met langere begeleiding weer inzetbaar zijn in reguliere arbeid.
Maximale tijdsduur

De gemeente kan hen in beginsel maximaal twee jaar onbeloonde werkzaamheden laten verrichten, mits het bijkomende werkzaamheden zijn. Deze periode kan worden verlengd met maximaal een jaar als de gemeente van oordeel is dat daardoor de kans op inschakeling in het arbeidsproces van betrokkene aanmerkelijk verbetert. In dat geval wordt in de verlengingsperiode andere werkzaamheden verricht in een andere omgeving. Na afloop van het derde jaar kan, in het geval dat de gemeente van oordeel is dat de kans op inschakeling aanmerkelijk verbetert, de termijn nogmaals verlengen met een jaar.

Twee voorwaarden

  1. De werkzaamheden zijn gericht op arbeidsinschakeling. Het belang van de bijstandsgerechtigde staat voorop; hij/zij moet baat hebben bij het opdoen van werkervaring of tijd nodig hebben om te wennen aan werk gerelateerde aspecten, zoals regelmaat.
  2. De werkzaamheden mogen niet leiden tot verdringing. Het moet gaan om een speciaal gecreëerde functie of een al bestaande functie die een uitkeringsgerechtigde alleen met speciale begeleiding kan verrichten. Het is aan de gemeente om bij verordening te bewaken dat het gaat om bijkomend werk. 
Wat zijn de mogelijkheden i.c.m. scholing?

Aan uitkeringsgerechtigden op een participatieplaats zonder startkwalificatie wordt na zes maanden scholing of opleiding aangeboden tenzij dit naar het oordeel van de gemeente niet bijdraagt aan de arbeidsmarktkansen. De gemeenteraad stelt bij verordening regels met betrekking tot de scholing of opleiding. Het is aan het oordeel van gemeenten of de scholing bijdraagt aan de arbeidsmarktkansen. Gemeenten mogen zelf bepalen welke scholing zij aanbieden.

Wat zijn de mogelijkheden i.c.m. een een premie?

Uitkeringsgerechtigden op een participatieplaats ontvangen iedere zes maanden een premie als de uitkeringsgerechtigde naar het oordeel van de gemeente voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op inschakeling in het arbeidsproces. De gemeenteraad stelt bij verordening regels met betrekking tot de premie aan deelnemers aan een participatieplaats. Die regels zien in ieder geval op de hoogte van de premie in relatie tot de armoedeval.